Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Spanje’

Een groep jongeren op een groepsfiets moedigde me aan toen ik hun rechts inhaalde. Een duurloop langs de boulevard roept altijd herinneringen op. Zoals de zomer van 2000, toen ik en groep vrienden uit Wageningen op bezoek had in Gandia en ik met hun en mijn tante Pepita ook zo een groepsfiets huurde. Sinds ik een kind ben, huurde tante Pepita iedere zomer zo een fiets voor een paar uur. 2000 zou de laatste zomer dat we het zouden doen, want half jaar later kon ze een bloedkanker niet langer overleven. Die dag in 2000, nam ze de gitaar op de fiets mee en we fietste tot aan de moerasgebied tussen Gandia en Xeraco. Daar keken we vogels, en op de terug weg zang ze een van haar liefste liedjes … “desde Santurce a Bilbao, vengo por toda la orilla …” een liedje dat ze altijd samen met opa zang. Ik kan nog herinneren iedere keer dat ze even stopte met zingen en mijn opa zou roepen “Quién compra?” om gelijk het tekst van het liedje overnemen.

De herinnering maakt dat ik de tempo versnel. De groep vrienden op de fiets volgt mijn sporen. Maar ik heb een voordeel, de boulevard is vol wandelaars en fietsers dat ik makkelijker kan sorteren. 500 meters verder op, een van de jongens roept dat trappen geen zin meer heeft, de ketting doet niet meer. Tientallen meters verder stonden ze stil en lachend. Ik had gewonnen. Ik keerde om en liep naar hun toe. Hun applausje was niet een erkenning op de overwinning. Het was een bedankje voor de lachen. 5 minuten later was de ketting in orde, en ik kon verder gaan met mijn duurloop. De gedachten over de zomer van 2000 liepen met me mee tot aan het appartement van mijn ouders. Een maal in de tuin, zie ik Jeronimo naar me toe lopen. “Je moeder zei dat je misschien deze keer zal blijven”. “Misschien, je weet maar nooit. Nu ben ik wel hier”. De ouders van Jeronimo en mijn ouders praten al een paar jaar niet met elkaar. Maar Jeronimo en ik zullen altijd vrienden blijven. 11 jaar geleden bracht hij me naar mijn eerste atletiekwedstrijd. Sinds die dag, hangen mijn voetbalschoenen op een kast bij mijn ouders. Misschien wachtend tot dat mijn neef Sergio ze zal gebruiken.

Jeronimo heeft nu 2 kinderen. Lopen doet hij nog steeds, al is het maar 3 tot 4 keer in de week. Genoeg om af en toe een wedstrijdje te lopen. Zoals a.s. Zaterdag in Piles. “Kom je mee?” Zoals 11 jaar geleden, spreken we af dat alles wat we winnen en uitgeven zullen delen. 4 dagen later betalen we met mijn prijsgeld de pizza’s in het zelfde pizzeria in de hoek van altijd.

Mama als fotograaf.

Mama als fotograaf.

Read Full Post »

Ik had net een sandwich gegeten en keek over de raam. Net voor ons stonden een paar nog gesneeuwde bergen. Het kind van de rij achter riep: “Papa, we zijn bijna in Spanje!” Papa deed zijn ogen af van zijn boek en glimlachte zijn zon terug. Ik vroeg me hoe het kind het wist, en of deze zijn eerste keer was dat hij over de Pyrineeën vloog. Het gebergte strekt zich uit over ongeveer 430 kilometer. Hoe ver daarvan kon ik vanuit de raam zien? Hoe vaak ben ik al over de Pyrineeën gevlogen? En waarom ben ik er zo weinig geweest? Drogen bergen en vele kleine meren lagen onder ons. Maar er waren niet de meren wat mijn aandacht trok. Ik kon vele wandelpaden zien en langzaam begon ik een pad achter te andere te plakken. Ineens zag ik mezelf op een van mijn virtuele routes, met alleen een kleine rugzak met water en een aantal mueslierepen. Af en toe wandelend, af en toe lopend, maar altijd verder. Ik probeerde te erkennen het gezicht van de persoon die naast me liep. Is dat Norbert? Of is ze de princes in de tor van het kasteel waar ik nog altijd op zoek ben?

Ronald en Erwan willen volgende jaar de route Carros de Foc wandelen. De eerste keer dat ze me vroegen dacht ik dat ik niet mee zou doen. Ik zou liever een wedstrijd lopen over de bergen. Maar het leven is niet of of. En kan wel en en zijn. Waarom niet? Waarom moet ik me altijd meten? Ik denk dat een goede idee zou zijn en dat als ik dan in Nederland of Spanje ben, ik mee zal gaan.

De laatste slok wijn en dan weer over de raam kijken. De bergen zijn nu landbouw velden gebleven. De vrouw van wie ik de pen geleend heb kijk naar me. Ze gaat naar Jávea, met haar man op bezoek naar vrienden. Ik zoek meteen een binding en vertel dat Jávea dicht bij mijn ouders ligt, en dat ze in het Natuur Park van El Montgó heel leuk kunnen wandelen. “Vergeet niet naar de groten te gaan. Iedere grot heeft een Ficus voor de ingang, een gewoonte uit de prehistorie, zeggen ze”. Ze glimlachte en ging op de schouders van haar maan leunen. Ze leken gelukkig als ze verder ging lezen. Hij lees niet, maar leek ook zo gelukkig als zij.

De stewardess heeft net aangekondigd dat we de landing naar Valencia net begonnen zijn. Het sfeer in het vliegtuig wordt gauw levender. Ik hoor niet wat ze over hebben, maar ga er vanuit dat over hun vakantieplannen. Ik moet me voorbereiden aan het idee van weer thuis te zijn, en denk meteen aan mijn vader. Mijn moeder kenen, zijn ze al in het vliegveld. Ik zie hem al achter mijn moeder staan, zo staan ze altijd als ze me op komen halen. Daarna nog 2 cigarretten en 50 minuten rijden met muziek uit de jaren 80. Het idee doet me aan oma denken. Ik ben bang van een oma’s vragen in mijn hoofd: hoe is het met je vriendinnetje? Oma heeft nooit de naam van een vriendinnetje onthouden. Haar excuus is dat ze te oud is voor zulke namen. “Waarom kunnen je vriendinnetjes niet Maria of Rosa heten? zoals alle meiden hier”. Maar ik denk dat ze niet geloof dat ze de echte zal leren kennen: “zoveel reizen van een plek naar de andere kan je eenzaam maken. Niet eens in de tijd van de oorlog wilde vrouwen zoveel wachten”. Lieve oma, ik heb altijd haar gezegden leuk gevonden. Ze is een van mijn favoriete karakters als ik theater doe. In mijn hoofd vraag mijn oma dan over het weer in Nederland en vertel ze hoe warm het hier is: “ze hebben overal de bossen in de fik gestoken. Als ze door gaan, zullen ze zuurstof eindigen”. Mijn familie heeft een speciaal talent om moeilijke gesprekken te vermijden met andere thema’s.

Over de raam zie ik de velden van olijf- en amandelbomen, die gebroken worden over kleine stukken van struik- en dennenbossen. Het landschap doe me aan Zuid Limburg denken. En ik zie mezelf weer over de paden lopen. Ik doe het deze keer niet meer met vrienden. Deze keer doe ik het alleen. Iedere keer een pad , een heuvel of een veld verder. Het voelt als thuis komen. Een kind twee rijen voor me is al 5 minuten aan het huilen. Ze roept mama, maar mama heeft geen geduld meer. Gauw zal ik weer ook huilen. Ik voel het al, ik moet alleen mijn moeder eerst zien. Spanje als besluit voor een nieuw begin, en om gauw weer van blijdschap te huilen. Geen pikken zonder dalen. Maar altijd verder, met altijd Spanje als begin. Het is van de wortels waarvan een boom groeit.

 – “Je mag het pen houden”, zegt de vrouw met man naast me

– “Misschien maak ik deze keer het verhaal af”.

– “Liefdesverdriet?”.

 – “Zelfreflectie”.

Read Full Post »